De wind huilde om het oude huis op de Veluwe, een melancholisch lied dat de ruiten deed trillen. Michael zat in zijn oversized trui, een dampende kop koffie tussen zijn handen geklemd, en staarde naar de donkere bomenrij die de tuin omsloot. De regen tikte een onregelmatig ritme tegen het glas, als vingers die toegang eisten. Hij was net verdiept in een bijzonder weerbarstig stuk code toen hij het hoorde. Een zacht gekraak, alsof iemand behoedzaam over de oude vloerplanken schuifelde.
"Hallo?" Zijn stem klonk hol in de stilte van de kamer. Geen antwoord. Zijn hartslag versnelde. Hij was geen man die snel bang werd — hij geloofde in logica, in systemen en algoritmes. Maar dit paste niet in zijn wereldbeeld. Een geur drong zijn neusgaten binnen: natte aarde vermengd met iets zoetigs, iets dat aan bederf deed denken.
Toen zag hij het: een schaduw die langs de deuropening naar de hal flitste. Maar daar, op de oude houten vloer, lag iets dat glinsterde in het schaarse licht: een knoop van parelmoer, versierd met het minutieus gegraveerde beeld van een wolf. Het parelmoer voelde onnatuurlijk koud aan.
Michael griste zijn telefoon van tafel en belde 112. "Politie," perste Michael eruit. "Mijn huis... ik ben alleen. Ik hoor voetstappen." De centralist zei dat hij zichzelf moest opsluiten. Hij trok de deur van de keuken dicht en draaide het slot om.
Hij hoorde een zachte schuif aan de andere kant van de keukendeur. In de weerspiegeling van het raam zag hij eerst alleen zichzelf, maar daarachter, in het glas, een donkere vorm. Hij draaide zich om. De achterdeur stond op een kier.
In de opening stond een vrouw. Op haar zwarte kleding leek het water geen vat te hebben. Ze was krijtbleek. Haar ogen waren twee diepe, zwarte vlekken die niet reflecteerden. "Je bent eindelijk wakker," zei ze met een schorre stem. "Je huis is niet meer van jou. Je hebt het alleen nog niet geaccepteerd."
Twee mannen stapten naar binnen in zwarte pakken. Hun bewegingen waren synchroon. Geen van beiden was nat van de regen. In een flits pakten ze hem vast met een professionele greep. De vrouw fluisterde vlak bij zijn gezicht: "Daar staat een prijs op." Michael wilde schreeuwen, maar zijn keel sloeg dicht. Toen was ze weg. Gewoon... weg.